Archief voor december, 2010

Afscheid Caecilia Thoen

Geplaatst op: 13 december 2010 door salondemuseologie in Uncategorized

Wat aanvankelijk,  zo’n 12 jaar geleden, begon als een spontane borrel tussen Reinwardt studenten met de nodige discussies over het werkveld, mondde later uit tot de “Salon de Muséologie”. Initiatiefneemster Caecilia Thoen draagt, na 10 jaar in het bestuur gezeten te hebben, het stokje over aan nieuwe leden.  “Tijd voor nieuw bloed”, aldus Caecilia.

De laatste salon van 2010 hebben wij daarom opgedragen aan onze initiatiefneemster.

Caecilia, bedankt dat je verschillende partijen/ bloedgroepen die werkzaam zijn in de museale sector hebt weten samen te brengen in dit prachtige initiatief.  We zullen als nieuw bestuur jouw leidmotief voortzetten!

Advertenties

Waarheen, waarvoor?

Geplaatst op: 10 december 2010 door paulariese in Uncategorized

Column bij de Salon van 9 december 2010: Herinrichting Scheepvaartmuseum – Wie zet de koers uit?

Paul Ariese

Waarheen, waarvoor? Dat is een zinnige vraag als je een tentoonstelling maakt, of een heel (Scheepvaart)museum verbouwt. Voordat je ergens op af kunt koersen moet je goed weten wat je wilt. En dat heeft alles te maken met kiezen. Er valt immers zo veel te vertellen, en op het eerste gezicht lijkt alles even interessant. Verschillende elementen horen ook bij elkaar, je kunt het één niet zonder het ander presenteren. Lijkt me een herkenbaar dilemma.

Vanavond gaat het over heldere keuzes maken. Een koers uitzetten en vervolgens daar bij blijven. Rondom dat thema gaan we hier, als een clubje stuurlui aan de wal, in gesprek met Willem Bijleveld, gezagvoerder van het Scheepvaartmuseum.

Keuzes maken dus. Op de kunstacademie had ik het vak conceptontwikkeling. Daar leerden we dat ‘conceptmaken’ vaak ook simpelweg ‘uitselecteren’ is. Een methode die we daarbij gebruikten zou je kunnen noemen: ‘Beter de helft gekozen dan geheel verdwaald’. Niet alle keuzes tegelijk, daar draait het eigenlijk om. Graag demonstreer ik deze aanpak even. Misschien helpt het.

Stel, we maken een tentoonstelling getiteld “Hollands Mooiste” voor het Nationaal Historisch Schilderijenmuseum. Nu heb ik hier de stapel met potentiële stukken. Gebroeders Van Eyck, Rembrandt, Vermeer, Van Gogh, Mondriaan, … de hele handel. Vierentwintig indrukwekkende werken. Hoe delen we ze nu in, wat krijgt de ereplaats? Welke waarde kennen we toe aan deze objecten?

Even terzijde, over waardering gesproken, herinnert u zich nog dat deze Victory Boogie Woogie is aangekocht dankzij een interventie van De Nederlandsche Bank? Dat is dezelfde instelling die volgens sommigen debet is aan de ondergang van DSB Bank. Met de ondergang van Dirk’s bankimperium ging ook de linkse hobby van deze directeur teloor, het Scheringamuseum voor Magisch Realisme. Zodat we nu kunnen stellen dat de voorkeur voor abstractie zo ver kan voeren dat voor realisme geen ruimte meer is.

Dit overwegende kon ik het trouwens ook niet nalaten om na te rekenen of de geïndexeerde waarde van Mondriaans Victory Boogie Woogie (voor 82 miljoen gulden aangekocht in 1998), al een flink deel zou dekken van de 200 miljoen euro die ons kabinet op cultuur wil bezuinigen. Ik bedoel maar, als de crisis bij de banken is begonnen, moeten we in hun invloedssfeer ook de oplossing zoeken. Maar nee, voor dat bedrag bouw je tegenwoordig nog geen parkeergarage bij een museum.

Nou goed, genoeg gepraat. We verdelen de stapel nu willekeurig in tweeën. De helft gaat simpelweg aan de kant, zo!

Kijk, minder te kiezen, dat maakt het al een stuk makkelijker. We houden twaalf werken over. Interessant is trouwens dat de totale indruk met twaalf werken niet veel afwijkt van de vierentwintig van zojuist.

We bekijken de werken nu steeds twee voor de twee, houden de mooiste apart en de andere voeren we af.

Blijft zes over, we doen nog een ronde…

Met drie stuks wordt het lastig, want met zoveel opties heb je eigenlijk een klankbordgroep nodig om er nog uit te komen. Maar in die trend gaan we niet mee, we kiezen gewoon en ja, dit wordt ‘m dan!

Vindt u het wat? Hoe dan ook, er is gekozen! De kracht ontstaat niet pas in het resultaat, maar ontkiemt in het proces.

Zou het ook zo zijn gegaan in het Scheepvaartmuseum? Want kies als museum bijvoorbeeld maar eens voor wie je je nieuwe opstelling maakt. Er zijn 8 soorten museumbezoek leerden we van Falke. Kolb kent 4 bezoekerstypen, Pine & Gilmore onderscheiden 4 domeinen en Motivaction reikt ons 8 Mentality-categorieën aan… Zo al 24 invalshoeken dus. Ik wens u succes…

Het Scheepvaartmuseum koos voor een heldere driedeling. Museumdeel Eén herbergt de laagdrempelige en vandalisme-bestendige experience in nautisch-nationalistische stijl voor Henk, Ingrid en de kinderen. Deel Twee bevat thematische tentoonstellingen voor mondige burgers met een bescheiden historisch besef. En Deel Drie bestaat uit objecttentoonstellingen voor de echte connaisseurs, die hier, ondergedompeld in een esthetische totaalervaring, hun eigen kennis bevestigd zien worden.

Het mooie is dat de nieuwe opzet van het Scheepvaartmuseum de verantwoordelijkheid uiteindelijk toch aan de bezoeker laat. Dwalend over de prachtige overdekte binnenplaats mag die straks helemaal zelf kiezen welke van de drie ingangen hij neemt. Die keuzevrijheid laat dus nog steeds ruimte voor interessante, maar misschien wel onverwachte ontmoetingen tussen doelgroepen.

Doelgroepbepaling en doelgroepbenadering zijn natuurlijk helemaal niet de enige keuzes waar een museum in zo’n proces voor staat. Want keuzes maken in je rol of identiteit als museum is nog fundamenteler. Misschien kom je wel tot heel verrassende invullingen als je mijn zojuist gedemonstreerde methode toepast bij de keuze voor het museum als: collectiebeheerder, conceptontwikkelaar, tentoonstellingsproducent, kennisinstituut, broedplaats, onderzoekslab, spin in een netwerk, debatpodium, cateraar, concertorganisator, reisbureau, culturele onderneming, tempel voor de a-religeuze geest of, voor wie nog weet wat engagement betekent, de verheffer van het gewone volk.

Keuzes staan nooit op zichzelf, maar hebben altijd een vervolg of gevolg. Het museum dat inzicht heeft in het proces, dat weet welke keuzes er nog volgen, handelt per definitie strategischer dan de instelling die zich laat leiden door de emoties of onzekerheden van het moment.

Dit alles pleit ervoor dat het museum een regierol blijft innemen, de verantwoordelijkheid neemt voor haar eigen bestemming, zelf keuzes durft te maken en zich daarbij beperkt tot waar zij als instelling goed in is. Je hoeft niet alles te kunnen, maar weet wel wat je wilt. Spannend wordt het als vervolgens derden in het proces betrokken raken. De oplossingen die een museum een externe partij betaald of onbetaald vraagt, zouden dan niet simpelweg de maskering van het eigen onvermogen moeten zijn. Maar het omgekeerde geldt ook: waar partijen partners worden in de loop van een proces, bloeit iets heel moois op.