3 mei 2011

Positionering is door marketing goeroe Al Ries ‘The battle for the mind’ genoemd. Het keiharde gevecht om een gunstig plekje te veroveren in de ‘mind’ van de potentiële klant.

Succesvol in de markt opereren vraagt om een stevige positionering: er zijn in Nederland veel musea (vaak werd met enige trots over de hoogste ‘museumdichtheid’ ter wereld gesproken) er is per saldo dus sprake van een verdringingsmarkt waarbinnen de onderlinge concurrentie zal toenemen: musea vissen in dezelfde vijver waar het gaat om private inkomsten en bezoekers. Positionering aan de hand van een zo uniek mogelijke positie. Dat is lastig. Veel musea hebben in de ogen van het publiek een gelijksoortig profiel. Dat geld bijvoorbeeld voor oudheidkamers, voor de kunst- en cultuurhistorische musea in de provinciehoofdsteden, de stedelijke historische musea in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, maar bijvoorbeeld ook voor de oorlogs- en verzetsmusea en voor de universitaire musea. Hoe kunnen zij zich van elkaar onderscheiden om hun kansen in de markt te vergroten. Die kansen zin er wel degelijk: de vergrijzing biedt de komende jaren een enorme marktpotentie en het inkomend (internationaal) toerisme is eveneens een groeimarkt. Wat te doen?

De Salon verkent op 3 mei één van de meest uitdagende vraagstukken bij museale positionering: Hoe onderscheid een museum zich van de rest?

Noteer vast: 3 mei De verdieping/Trouw 20:00 uur, eten vooraf kan.

Reacties
  1. Anne zegt:

    Is er een verslag beschikbaar van deze discussie?

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s